Het aquaduct van Nîmes

Tussen september en juni kunnen we hier interessante lezingen bijwonen op allerlei gebied via de locale volksuniversiteiten (Vaison en Nyons). Deels doordat er in de streek nogal wat jong-gepensioneerden wonen die het openbare leven nog niet willen verruilen voor het achter-de-geraniums zitten. Zo was er in 2012 een lezing over het Romeinse aquaduct tussen Uzès en Nîmes, naar aanleiding van een zeer lijvig boekwerk, door een van de onderzoekers-auteurs.

Waarom een aquaduct?
In de Romeinse tijd was Nîmes al een behoorlijke stad. De mensen hadden natuurlijk water nodig, dat was echter ruimschoots voorhanden in de vorm van bronnen. Maar de wensen van de bevolking werden luxer, want men wilde graag ettelijke fonteinen bij huizen, een groot thermaal centrum en ook nog van allerlei ander fraais, wat nu niet meteen behoort tot de dagelijkse noodzaak, maar “nice to have” en “nice to show off with”. Daartoe waren de locale bronnen niet bruikbaar, want in de zomer vielen ze wel eens droog of gaven veel minder water.

schematisch en vermoedelijk tracé

In de buurt van Uzès, hemelsbreed ongeveer 25 kilometer verderop en hoger gelegen, is een rijke bron, de Fontaine d’Eure, zo wist men. Aldus kwam het plan tot stand om die bron naar Nîmes te geleiden via een aquaduct. Een titanenklus.

Wie? Hoe?
Arbeid was in die tijd (40 – 80 na Chr.) relatief goedkoop, want dat geschiedde door slaven. Het geld ging vooral zitten in materiaal en denkwerk, want het verval tussen die twee plaatsen, de Fontaine d’Eure en Nîmes, was maar enige meters. Bovendien moest dit aquaduct 200 jaar mee kunnen. Men wist nauwkeurig hoe kalkrijk het water was, en dus ook hoeveel kalkafzetting er per jaar zou plaats hebben. Daarmee was ongeveer duidelijk welke afmetingen het aquaduct moest krijgen, maar nog niet hoe lang het zou worden.
Het landschap waar men doorheen moest was een moerasgebied en slecht toegankelijk voor mens, dier en materiaal. Uiteindelijk is het aquaduct 50 kilometer lang geworden. Rekent u even uit hoeveel verval per strekkende meter dit vraagt? Juist, 25 centimeter per kilometer.

De Pont du Gard

Ik behoor tot de gelukkigen die nog bovenop de Pont du Gard, onderdeel van dit aquaduct, zijn geweest en door de het waterkanaal hebben gewandeld. Veel kalk langs de wanden, inderdaad, maar deze Pont zou zó weer in gebruik kunnen worden genomen. Hij is verbijsterend intact.

Tegenwoordig is er een enorm bezoekerscentrum bij de Pont du Gard bij Remoulins. Een interessant museum vertelt u meer over dit door Unesco beschermde bezit.

Onderzoek 1984 – 1990
In deze periode heeft men geprobeerd het hele tracé van het aquaduct terug te vinden. Dat was uiterst langdurig en ingewikkeld, maar nu kennen we het.

tracé van het aquaduct

De lezinggever vertelde smeuïge verhalen over gesprekjes in dorpscafé’s, met bijvoorbeeld boeren en jagers, als ze weer eens vastzaten en niet wisten waar te zoeken in de bossen. Delen van het aquaduct zijn bovendien, nadat het inderdaad 200 jaar heeft gefunctioneerd!, in de loop van 2000 jaar voor bewoning geschikt gemaakt.

stukje aquaduct in het landschap

“Heeft u daar en daar in de buurt wel eens een vreemde heuvel gezien, of iets van stenen die ineens midden in het bos lagen?” en dan wandelden ze samen met locale mensen naar de plekken waar ze inderdaad “vreemde” dingen tegenkwamen.

In Nîmes
Midden in de stad, gewoon in een straat, kun je nietsvermoedend aanlopen tegen het verdeelstation waar het Eure-bronwater uiteindelijk in de stad aankwam.

het verdeelstation in Nîmes

Zomaar open en bloot. Ik heb het nu 2 keer bezocht en ben nog steeds onder de indruk als ik het zie. Wàt een vernuft. En dat met zo weinig middelen.

Zelf ervaren?
Wie ècht geïnteresseerd is in de techniek is met dit boek het beste af, àlles staat erin, maar het is heel erg moeilijk te vinden. Het museum van de Pont du Gard in Remoulins is de gemakkelijkere keuze, ongeveer een uur rijden bij ons vandaan. In de Gard kun je ook lekker zwemmen.