Architect in de Provence

In de verscheidene jaren die ik hier (vanaf 1995) vaak kom danwel woon, heb ik steeds een goed contact met een architect uit Parijs die zich in de regio heeft gevestigd. Hij houdt niet van Provencaalse fratsen, dat spreekt me het meeste aan,  noch in zijn stijl van werken, tekenen of bouwen. Hij is een markante figuur, leuk om een paar anecdotes die met hem te maken hebben de wereld in te slingeren, denk ik.

In de jaren zeventig
We hebben en hadden hier veel Belgen die een tweede huis kopen. Ook in de jaren zeventig, toen er nog veel meer “mocht” dan nu. Ook hier wordt het immers drukker en willen meer mensen een eigen stekkie. Dan kan en mag er steeds minder.Destijds was er een Belg die een “cabanonnetje” (een hutje midden in de velden, dat meestal diende om het middagmaal van de boeren op te warmen en uit de wind te zitten wanneer ze aten) had gekocht en dat wilde opknappen om er een vakantiehuis van te maken. De architect werd te hulp geroepen, want na het tekenen van de koopakte bleek dat dat helemaal niet mocht. (Overigens zou dat nu bijvoorbeeld al niet meer kunnen gebeuren). Geen nood, zei de architect, we verzinnen er wel wat op.

Schapen
“U ging toch schapen houden?”, vroeg de architect aan de Belg. “Pardon?”. “Jazeker, daar hebben we het al over gehad. En schapen moeten tegenwoordig goed worden behandeld, dus een beetje vloer in plaats van aangestampte aarde is toch het minste voor die beestjes. U wilde toch ook de wol verkopen?”. “Eeeeh, jjjjaaa…”. “Precies. Dus een plaats waar u het schaap kunt wassen en daarna scheren, met andere woorden een badkuip en een soort van douche, dat is ook geen slecht idee”.

Intussen voelde de Belg waar dit heen ging en knikte al enthousiast: “Ja, eens”.
“Nou, dan ontbreekt er nog een cosy hoekje voor u, want als u met die schapen en die wol bezig bent, wilt u vast wel een kopje thee en zo af en toe een warm prakje”. En voilà, zo ging de vergunningsaanvraag opnieuw de molen in en… was het ok.

Een dakterras
Toen wij hier een opknappertje kochten om er een vakantiehuis van te maken, was hij ons eerste contact met de Provencaalse bouwwereld. Op de achterkant van een sigarettendoosje maakte hij een eerste “devis” (prijsopgave) en besloten we om dat opknappertje te kopen, want we meenden dat het budget wel in orde zou zijn. In de voorlopige acte werd wel bepaald dat we een dakterras moesten kunnen maken, essentieel voor een appartement “boven”. De eigenaar ging accoord met die ontbindende voorwaarde en, helaas, er volgde in eerste instantie een afwijzing van de Bâtiments de France (Monumentenzorg). Dat was teleurstellend.

Voor de renovatie – opknappertje dus
Met dakterras – na de renovatie

Maar onze architect wordt dan pas ècht enthousiast. Hij houdt niet van administratieve obstakels. Hij is foto’s gaan maken in de wijngaarden om Mirabel heen en constateerde zo dat al onze buren een dakterras hadden, al dan niet legaal. Omdat op die foto’s ook het huis van een gemeenteraadslid bij zit, was de klus ineens zo geklaard: prima, ga je gang maar.

Nieuwbouw
In het algemeen is nieuwbouw hier goedkoper dan bestaande bouw opknappen. Dat heeft te maken met vaak moeilijke bereikbaarheid, het doorbreken van enorm dikke muren van een oude boerderij, het inpassen van standaardramen en -deuren in sponningen die nooit exact vierkant zijn enzovoort, allemaal tijdrovend en dus duur.
Als je nieuwbouw pleegt komt zo’n architect als geroepen. Hij houdt zich niet alleen bezig met de vergunningsaanvraag, een hele hijs hier, maar ook met de voortgang van de bouw.

La Françonne – voor de bouw (lente)
Ongeveer vanaf dezelfde plaats nu (vandaag-winter)

Omdat er altijd “différents corps de métier” (verschillende vaklui) bij komen kijken, gaat dat vaak mis als je die architect/bouwheer niet hebt. (Zie ook het beroemde boek “A year in Provence” van Peter Mayle). Zijn werkmethodes worden hier beschouwd als betrouwbaar maar extreem rigoureus.

Bouwvergaderingen
Elke week een bouwvergadering, “non mais” (nou ja zeg, commentaar van een loodgieter). Te allen tijde opgeroepen kunnen worden als vakman om daaraan deel te nemen? Ja, daarvoor tekent de vakman bij voorbaat. Tijd moeten vrijmaken, voorbereiden, een direct antwoord hebben op vragen, anders… een boete. Pats.
Het einde van de klus is gedefinieerd in tijd en concrete opdrachtomschrijving: “Oh, dat is u teveel om te ondertekenen? Prima, dan gaat het feest niet door voor u”.
Heel on-Provencaals dus allemaal, maar intussen is er wel een vast en succesvol clubje ontstaan om deze architect heen wat zo ongeveer altijd de klussen klaart. Want één ding is ook duidelijk: hij is uitstekend van tijdig betalen.

Zelf ervaren?
Dat is simpel. Als u in één van onze gîtes of het huis verblijft, “zit” u in zijn werk.

Degelijk, met rechte hoeken en gewoon goed doordacht. Geen ronde randjes, geen franjes of andere zogenaamd Provencaalse onzin. Zoals het een goed Provencaals huis betaamt zijn er overal uitbouwtjes (dat was vroeger bedoeld voor opa en oma, of inwonende kinderen en kleinkinderen) met eigen daken. En wat ik heel leuk vind: oude bewoners van Mirabel vragen zich wel eens af wat hier vroeger ook alweer stond, want het pand past zo goed in het landschap dat het lijkt of het er altijd al was.