Het werk van de druivenboer door het jaar heen

We zitten er midden tussen: de Mourvèdre, de Syrah en de Grenache. Dat zijn verschillende rassen, cépages, van druivenranken. Hoe en wat daarmee moet gebeuren komt in dit artikel aan de orde. En hoe “de stand van het gewas” is ook.

Oogsten
In september wordt het hier in de de streek wat onrustig, alsof er een bijenkorf begint te zoemen. Het is dan druivenoogsttijd. Iedere boer gaat dan zijn schuur in en haalt stokoude vrachtwagens tevoorschijn, alsmede een pronte oogstmachine. De oogst geschiedt hier voor 90% machinaal.

Zo’n oogstmachine is een imposant groot ding. Hij piept wanneer er een tros wordt gesignaleerd en afgeknipt, zodat de bestuurder, die zo’n 2,5 meter hoger zit, weet dat hij nog steeds zinvol bezig is.

De geplukte druiven gaan in een grote bak die eens per zoveel ritjes door de wijngaard in die genoemde oude vrachtwagen wordt overgekieperd. Deze rijdt dan naar één van de caves. Het hangt af van dag en uur wanneer welke druivensoort welkom is in de cave, en dus op welk perceel de boer gaat oogsten. Hij heeft quota voor wat hij er wanneer mag brengen. Haalt hij zijn quotum niet, dan is het even vrijaf. Heeft hij teveel, dan vindt er onderhands nogal eens handel plaats met de buren of mede-cooperatiegenoten. Dat geldt helaas ook wel eens voor bio-boeren, die bij de niet-biobuurman soms op zoek gaan naar meer druiven, omdat ze hun quotum niet hebben gehaald en de niet-biobuurman “over” heeft. Niks te bio dus.

Naar de cave
Nederlandse kennissen hier vinden die tijd altijd heel leuk. Ze constateren bijvoorbeeld dat die vrachtwagens niet echt zachtjes rijden met hun lading maar in elke bocht wel een kwakje druivendrab verliezen. Ook aan de geur van alcohol en de kleur van het asfalt op sommige plaatsen herkent men dus de oogsttijd!

Vóór de oogst
In Nederland kwam ik als accountmanager voor KPN nogal eens over de vloer bij o.a. Campina Melkunie. Ik heb daar menig veehouder horen zeggen dat zijn landbouwcollega’s toch maar een makkelijk leven hebben: ze hoeven niet voor dag en dauw de koeien te melken, want het graan, of de maïs, groeit vanzelf.

Nou, vanzelf gaat het met druiven allemaal niet. Voordat er geoogst kan worden met die grote machine, is mijn buurman (helaas niet bio) bezig met het vergemakkelijken van de doorgangen, dat wil zeggen, snoeien. Ook dat gaat machinaal. En dáárvoor is ie geregeld aan het mesten. En tussendoor, met name in het voorjaar, moet hij sproeien. Het is een bezig baasje.

Het anti-onkruid en -beestjes programma
Het is niet fijn als hij gaat sproeien. Helaas is dat nodig, vindt hij, die niet bio is. En deels is hij het ook verplicht, want ze, de druivenboeren, krijgen daarvoor voorschriften, met name wanneer er ergens een meeldauw-epidemie of andere narigheid wordt gesignaleerd. Vroeger zagen druivenboeren aan de besmetting van de rozen, die aan het einde van de stokken-rij stonden, en soms nog staan, of er wat moest gebeuren.

Tegenwoordig kijkt geen mens daar meer naar, maar worden domweg de opgelegde eisen opgevolgd. Niet altijd even noodzakelijk bij iedereen. Maar voorkomen is beter dan genezen, denken de meesten. Deuren en ramen dichthouden dus! Na het sproeien, zodra de nevel is neergedaald, kunnen we weer normaal buiten zijn. Gelukkig houdt mijn buurman wel rekening met mij en mijn gasten en sproeit hij ’s ochtends heel vroeg, bij zonsopkomst, wanneer iedereen nog op één oor ligt.

Niet altijd massaal meer mogen sproeien
Nu in de Languedoc-Roussillon, waar de gemiddelde wijngaard ongeveer 10 keer zo groot is als hier, niet meer met vliegtuigjes gesproeid mag worden tegen ziektes van het gewas, hebben we een klein probleem gekregen hier. Muggen. Wetenschappers uit allerlei windstreken waren in 2018 bijeen aan de Universiteit van Montpellier om te discussiëren en onderzoek te doen naar de mogelijkheid om schadelijke insecten en schimmels niet meer massaal te verdelgen maar slechts ten dele. Helaas is dat op niets uitgelopen, het schijnt alles of niets te zijn, en dus is er besloten dat er niet meer en masse mag worden bestreden. Hierdoor ontstaan ecologische problemen want hoewel vele insecten uiterst nuttig zijn, zijn muggen dat niet in zo grote getale als we ze vorige zomer hadden. Elk plasje water had wel een nest. Heel vervelend als je dat niet gewend bent. Zwembaden, die gechloreerd zijn of zout water hebben, zijn daar geen schuld aan, maar planten in potten bijvoorbeeld, die ’s ochtends door menige Provencaal lekker een plens krijgen voor de hele dag, wel degelijk. Dat kun je dus beter niet meer doen.

Het snoeien
Vóór de oogst van start gaat snoeit de boer dus de uitlopers weg zodat de oogstmachine niet vast gaat lopen. Maar na de oogst wordt het snoeiwerk op precisie gedaan. Dat is nog altijd mensenwerk. In de loop van de jaren zijn de middelen om te snoeien verbeterd, maar niet iedereen kan het goed. Men gebruikt nu mechanische snoeischaren (vaak met een accu in een soort rugzak) die met een druk op een knopje te bedienen zijn, dit ter voorkoming van de beroepsziekte “le syndrome du canal carpien” – het carpaal tunnel syndroom.

Die scharen worden niet altijd netjes ontsmet en gaan van de ene wijngaard, al of niet besproeid zoals voorgeschreven, naar de andere. Een plant snoeien, ook een wijnrank, laat een wat verzwakte plek achter. Beestjes en schimmels zijn daar dol op. Hierdoor gaan wijnstruiken nog maar 20 jaar mee tegenwoordig, en niet meer ruim 30, zoals enige decennia geleden.

De stand van het gewas
Onoordeelkundig mesten, snoeien en onkruid bestrijden tasten de gezondheid van de plant en de bodem aan. En steeds frekwenter nieuwe ranken planten is niet goed voor de bodem, die verarmt, want daar komen immers de voedingsstoffen uit. Om nog maar te zwijgen over de moeilijkheid druiven van steeds dezelfde smaak te verkrijgen. Niemand is echter zo eigenwijs en hardhorend als een Franse druivenboer, de “viticulteur”. Geen mens weet “het” beter dan hij. Daarom worden hardnekkige gebruiken, die nu problemen veroorzaken, zo langzaam, tè langzaam, veranderd.
Gelukkig zien we steeds meer bio-boeren verschijnen die wel aandacht hebben voor de duurzaamheid van hun gewas en wordt de smaak van die wijnen steeds beter. En doen wetenschappers hun uiterste best om met veel geduld de niet-bioboeren te overtuigen van het veranderen van bepaalde ingesleten maar slechte gewoontes.

Zelf ervaren?
Het is erg bijzonder om in september bij ons te zijn, wanneer de oogsttijd is aangebroken. Overal zie je de oogstmachines en soms ook handplukkers bezig. De druivenranken zijn in die tijd van het jaar absoluut op zijn mooist met al hun  fantastische kleuren, wat schitterende vergezichten oplevert.