Jean-François Paillard

Het moet ervan komen, een artikel over een vriend die in 2013 is overleden. Jean-François Paillard, wiskundige van huis uit, astronoom en… beroemd orkestdirigent. In Frankrijk was hij in zijn vak van het kaliber van Herbert von Karajan, denk ik. Maar de jongere generaties kennen hem niet meer. Voilà, en hommage à lui (een eerbetoon).

zoals ik hem kende: 2009

Hoe het begon
Zoals al eens eerder gezegd was in Frankrijk sinds de Revolutie een muzikaal gat ontstaan. Opgelost in de 20e eeuw, met de drang om ook een bijdrage te leveren aan de vele edities van prachtige concerten op vinyl.
Jean-François, geboren in 1928 in de Champagne-streek, waar zijn vader handelde in… champagne, verhuisde vlak voor de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders en zussen naar een familie-kasteel in Bretagne opdat hij ver van de Duitse Arbeitseinsatz bleef. Zijn jeugd en zijn hart lagen dan ook daar, want als je hem vroeg waar hij vandaan kwam zei hij eerder Bretagne dan Champagne.
Hij studeerde wiskunde maar bleek toch een voorkeur te hebben voor muziek, hetgeen zijn ouders niet het beste idee van de wereld vonden. Hij was gelukkig eigenwijs en meldde zich aan bij het Parijse conservatorium. Hij bleek een excellent student, behalve op het gebied van zang. Was altijd een beetje een heikel punt, mocht je niet teveel over praten, voor dat onderdeel was hij gezakt schijnbaar.

Eerste jaren
Bladmuziek van de barok-stijl was tot de jaren 60 nog schaars. Hij vertelde dat hij persoonlijk na zijn studententijd op zoek ging, onder andere in Italië, naar materiaal, want daar lag toen zijn voorliefde, bij de Vivaldi-achtigen. Dat was net na de oorlog, toen het leven in Italië allemaal nog tamelijk chaotisch was. Hij vond heel veel partituren, verborgen op zolders van boerenhuizen, nadat de boer, die rustig buiten zijn pijp bleef roken, toestemming had gegeven dat hij in “die oude troep” ging grasduinen. Onder andere diepte hij zo werk van Vivaldi op, waaronder de 4 seizoenen.

Hij was echter te bescheiden om die vondst op zijn blazoen te schrijven. Hij vond zoveel… wie kon nou weten dat die 4 seizoenen zo’n hit zouden worden? Soms kopieerde hij wat hij vond (met pen en papier uiteraard) en soms “leende” hij het authentieke materiaal. Dat laatste werd altijd verteld met een besmuikt lachje en pretogen.

Erato
In 1953 ontstond mede door zijn toedoen een muziek-label in Frankrijk, Erato, later van Warner, dat met hem registraties maakte van die, onder andere, barokmuziek. Hij was, als intussen afgestudeerd orkestdirigent,  hofleverancier van Erato’s producties, tot ver in de jaren 80. Ruim 300 platen zijn door hem voor dit label gemaakt, waarvan 29 in de prijzen zijn gevallen, tot vandaag een ongeëvenaard aantal voor één persoon. Hij creëerde zijn eigen kamerorkest waar beroemde solisten mee samen speelden: Jean-Pierre Rampal, Lily Laskine…

Orchestre de chambre Jean-François Paillard
Zijn orkest reisde de hele wereld af, van Zuid-Amerika tot Japan, Canada, het Midden-Oosten, de USA en natuurlijk Europa. Natuurlijk kwamen daar sterke verhalen uit voort. Zowel op het gebied van de organisatie van die reizen in die tijd, met een aantal enorme instrumenten in krappe vliegtuigjes om op uitnodiging van die of die bekende persoonlijkheid te komen spelen in een onvindbare locatie, tot een algeheel ziek geworden orkest dat teveel oesters, waaronder een aantal bedorven exemplaren, had gegeten. Wonder boven wonder kwam iedereen toch het afgesproken concert spelen en verdween daarna weer onwel naar de diverse hotelkamers. Muziek doet je wat, zei hij dan lachend.
Zijn favoriete verhaal ging over een concert in Québec. Daar was de zaal wederom tot de nok toe gevuld, onder andere met een flink aantal nonnen. Na het concert kwamen deze dames hem persoonlijk bedanken en zeiden in goed Québecois, maar heel raar Frans: “Monsieur Paillaaaard, vous nous avez fait bèn jouiiir”. Wat bedoeld was: “Meneer Paillard, we hebben er erg van genoten”. Wat gezegd werd: “Meneer Paillard, u heeft ons heerlijk klaar laten komen”.

Het Amsterdamse concertgebouw
Jean-François heeft (uiteraard) in het concertgebouw in Amsterdam concerten gegeven. Zijn anecdote daarover vertelde dat de trap om de zaal in te komen voor dirigenten een in het vak beruchte is. Erg stijl voor buitenlandse begrippen en “men” waarschuwt elkaar daarvoor. Menigeen schijnt daar al een (bijna-)schuiver gemaakt te hebben. Verder vond hij het heel leuk om in Nederland op te treden.

Les Baroqueux
Helaas voor hem werd het spelen van barokmuziek in de jaren 70 beïnvloed door musici uit het Noorden van Europa die meenden dat met name strijkers zich een bepaalde stijl eigen moesten maken voor juist die muziek. “Originele” instrumenten kwamen terug, kinderen gingen de koorpartijen zingen. Niemand kan natuurlijk weten hoe dat echt heeft geklonken in de 18e eeuw, maar de discussies over interpretatie laaiden hoog op tussen de 2 stromingen, die van Paillard en “de Noorderlingen”. Uiteindelijk beslist natuurlijk het publiek en dat koos voor de Noorderlingenstijl. Paillard raakte in Europa in vergetelheid maar maakte furore in andere werelddelen, en in het bijzonder in Japan.
De geschiedenis toont nu aan dat zijn stijl toch meer gewaardeerd wordt dan het zalverige spel wat de Noorderlingen voorschreven in de jaren 80. Ook wel Les Baroqueux genoemd. Paillard’s interpretatiewijze wordt weer onderwezen op Franse conservatoria.
Persoonlijk ben ik van die baroqueux-generatie. Ik bezocht altijd met veel plezier de kamermuziekconcerten in Utrecht. Ik heb nooit geweten hoeveel controverse daar achter zat.
Hoe ontroerend vind ik het om nu steeds meer van zijn werk terug te vinden op youtube, terwijl er tijdens zijn leven zo weinig meer over hem werd gezegd. Gelukkig, in ere hersteld.

Laatste concert
Toen hij 80 jaar werd en al lang in onze streek genoot van zijn pensioen (al scheurend door de regio met zijn 4 wheel drive), nadat hij toch maar zijn privé vliegtuigje had verkocht, werd onze “flying conductor” door een Japans orkest uitgenodigd om die verjaardag met concerten te komen vieren. Daar maakte hij graag gebruik van. Want hij zei altijd dat het geweldig is om met Japanse musici te werken, aangezien ze heel gevoelig zijn voor nuances in het spel. Hoeveel eye openers kan iemand je bezorgen… ik die (waarom eigenlijk?) altijd dacht dat Japanners niets hadden met Europese klassieke muziek.

Beroemd
Buiten Frankrijk is zijn naam bekend door een heel simpele melodie, het Canon van Pachelbel. Door hem zelf in de vorm van een paar, excusez les mots, lullige  fragmenten opgediept in Italië, uitgewerkt in een langer stuk en op de plaat gezet met zijn orkest.

In de film Ordinary People is dit de achtergrondmuziek en daarmee werd het wereldwijd een veelgevraagd en -gespeeld stuk.

Luistert u maar eens, iedereen kent het. Maar ook over hoe dat Canon weer tot leven kwam was hij bescheiden. Bijna niemand kent zijn rol. Helemaal in de allerlaatste eindaftiteling van de film komt zijn naam boven water.

Wat maakt zijn muziek bijzonder?
Het is natuurlijk niet zijn muziek, maar zijn interpretatie. Ik heb enige CD’s, die hij zelf voor mij heeft gemaakt (sssst, mag natuurlijk niet) en wat mij opvalt is een enorme joie de vivre die uit zijn werk spreekt. Je wordt er heel vrolijk van. Luisteren naar zijn Mozart-symphonieën geeft een mens gewoon energie.

Hoe ik hem kende
Als we als koor, geleid door zijn vrouw Christine, bijna klaar waren met onze repetities, nodigde zij hem altijd uit om even te komen luisteren en commentaar te geven. Nooit zal ik vergeten hoe hij dan op de vliering van de muziekzaal plaatsnam, Christine het niet meer had van de zenuwen, en wij ons uiterste best deden om er wat moois van te maken.
Na een stukje zang vroeg zij hem dan om zijn mening. Vrij vertaald en herinnerd, in een bedachtzame stijl gesproken: “Dat was een mooie weergave van de partituur, dankjewel allemaal. Goede nuances, de verschillende stemsoorten zijn in harmonie. Maar… (Ceci dit…)”. En dan kwam er een lachsalvo van ons, koorleden, want we verwachtten dan, terecht, niet veel goeds verder. Christine trok dan wat wit weg.
Zijn aimabele manier van doen zal me altijd bijblijven. En niet alleen mij maar iedereen die met hem heeft samengewerkt memoreert hem zo. Wat kon je veel van die man leren.

Concert Cant’Ouvèze in Nyons in 2013, een eerbetoon aan de juist overleden maestro

Vriendschap
Er was een groot leeftijdsverschil tussen Jean-François en mij, zelfs zo groot dat de naam Jean-François Paillard mij spontaan niets zei toen ik hem ontmoette.
Toen mijn broer echter, die presentator is geweest bij NPO Radio4, mij die naam eens hoorde noemen schoot hij overeind: “Goh, ken je de zoon van Jean-François Paillard?” “Zijn zoons ken ik, maar niet één heet Jean-François, hoezo?” “Wat?! Leeft hij zelf nog? En je kent hem persoonlijk?” En zo kwam er een gewaardeerde ontmoeting, zelfs meerdere, tot stand. Heel gezellig, natuurlijk met veel glazen wijn en English-spoken. Mijn broer vond het geweldig. Jean-François ook. Kon ie zijn Engels oefenen, zei hij dan lachend.

Slotacte
In 2013 is hij na een lang en vervelend ziekbed overleden. Zijn uitvaart werd uiteraard bijgewoond door velen die hem kenden in onze streek, zijn zelf gekozen verbanningsoord, waar hij zijn pensioen met zoveel plezier heeft gewijd aan astronomie en wiskunde.
Later dat jaar kwamen honderden mensen uit de Franse en internationale muziekwereld bijeen in Parijs in het gebouw van de SACEM (de Franse BUMA/STEMRA) om hem en zijn prachtige werk te gedenken. Ik mocht daarbij zijn en heb nog eens genoten van zijn talent.

Zelf ervaren?
Op youtube staat intussen heel wat werk van Jean-François Paillard. Ook klassieke zenders draaien veel van zijn interpretaties. Het is een voorrecht Jean-François gekend te hebben in zijn late leven, dat kan ik u helaas niet bieden. Maar ik hoop dat zijn muziek u plezier doet, vous fait jouiiir, op zijn Québecois.