Boos over bordjes (3)

Een hele zonnige zondagochtend, om half tien, tijd om even wat afval weg te gooien. Vrijdag heb ik helaas niet meer kunnen bellen met meneer L over zijn gesprek met meneer P. Kom ik toch bij de afvalcontainers meneer P tegen van de gemeente, hij die ès tourisme is. En die eergisteren met meneer L dat gesprekje gehad moet hebben over mijn bordjes.

Et… ?
“Salut, ça va ?”, kusje kusje kusje zoals het hier hoort als je elkaar kent.
Het ging prima met onze meneer P.
“Heb je (wij tutoyeren elkaar al jaren) eergisteren meneer L gesproken?”
“Oh ja, we hebben het gehad over die bordjes, klopt”.
“En…? Wat heeft hij gezegd”.
“Oh, die zijn besteld hoor. Dat heeft hij meteen gedaan. Wat een onzin zeg, dat jij die niet hebt gekregen voor je gîtes. Snap je zo’n besluit van de intercommunalité nou?”
Aha, dus we schuiven de verantwoordelijkheid meteen af naar meneer L en de zijnen. Die toch duidelijk had gezegd dat de gemeente keuzes heeft gemaakt voor wie wel en wie niet. Maar aangezien ik nog steeds de onverhoedse klap in de rug verwacht, of ik hekjes weg moet halen of zo, zeg ik even niets over deze vreemde draai aan het verhaal.

Who dunnit?
“En fijn dat je nu niet meer hoeft te betalen aan de firma hè? Want wij hebben subsidie gehad en nou ja, wat kost dat nou? Ik heb begrepen dat je wel geld wilde betalen voor die nieuwe, maar kom op zeg, 100 euro TTC per bordje, welnee joh. Scheelt meteen weer, hè?”
“Ja, het was best duur, dat contract, maar ik vond het wel belangrijk”.
“Maar ze zijn wel mooi hè, die nieuwe?”.
“Ja, nou en of! Even wennen, maar omdat ze ook overal hetzelfde zijn zie je al snel waar groen en blauw en zo voor staat”. Goed gedaan, gemeente Mirabel, hulde hulde! (eh… wanneer komt dat hekje nou om de hoek?).
“Nou, die firma was wel mensen geld uit de zak aan het kloppen hoor. Daar wilden we voor jullie van af. Dat vonden we niet juist”. Wauw, Mirabel, er is geen betere!
Als je zo’n conversatie terugfilmt, al typende, wordt het bijna een farce. Ik weet al nauwelijks meer hoe het echt gegaan is, dit verhaal, zo ben ik op het verkeerde been gezet, maar ik grijns er nog bij. Hoe schuif ik de schuldvraag bij een ander in de schoenen en hoe pront kan ik mezelf maken door te zeggen dat ik zo’n goede klus heb geklaard. Hier kun je toch iets van leren.

Ze komen
Over een paar weken zal ik dus thuis komen en verblijd raken, want er zijn dan 2 bordjes geplaatst op cruciale plaatsen. Aan de hoofdweg en bij de afslag naar de Camping cars.
“Mag ik die oude groene naar mijn huis houden?”.
“Maar natuurlijk! Wat dacht je, we moeten de zaak toch goed bewegwijzerd houden!”.
En zo nemen we afscheid, iedereen blij, ik met geen onzinnige dingen hoeven doen en hij met het feit dat hij namens de gemeente de veren mag meenemen. Want ik heb hem natuurlijk uitbundig bedankt. Begon zijn dag ook weer goed.

Zelf ervaren?
Dit is nu een typisch verhaal over hoe de dingen hier gaan. Het eindigt gelukkig nu met een sisser. Ik denk wel eens aan de mensen uit “Ik vertrek”, die de taal niet beheersen van het land waar ze heen gaan. Naast taal is er ook nog zoiets als cultuur en gewoontes. Hier moet je echt goed weten hoe haasjes kunnen hoesten en nooit hoog van de toren blazen. En dan nòg kun je door iets onverwachts worden verrast.  Het is weer eens goed afgelopen, zucht.